Je hond heeft al een tijd wisselende, brijige ontlasting, of de dierenarts vond giardia bij een routinecontrole van je nieuwe pup. Dan wil je weten wat er speelt en wat je zelf kunt doen. Giardia is een veelvoorkomende darmparasiet bij honden. Ze is vervelend en kan hardnekkig zijn, maar met je dierenarts en goede hygiëne thuis pak je het samen aan. In deze gids lees je hoe je hond besmet raakt, welke signalen je ziet, hoe de dierenarts het vaststelt en behandelt, en hoe je thuis herbesmetting zoveel mogelijk beperkt.
Wat is giardia?
Giardia duodenalis is een eencellige parasiet die in de dunne darm van je hond leeft. In de darm zit giardia in een actieve vorm. Het lichaam verlaat ze als een stevige cyste in de ontlasting, en die cysten zijn meteen besmettelijk (MSD). Slechts een paar cysten zijn al genoeg voor een nieuwe besmetting (ESCCAP, RIVM).
Na het inslikken duurt het 4 tot 16 dagen voordat de eerste cysten in de ontlasting verschijnen. Daarna scheidt een hond vaak weken tot maanden cysten uit (ESCCAP). Een besmetting geeft wel enige afweer, maar weinig bescherming tegen een nieuwe besmetting (ESCCAP).
Wat giardia zo hardnekkig maakt, is het leven buiten de hond. Cysten overleven maanden in de omgeving, vooral als het koel en vochtig is, zoals in koud water of natte grond (ESCCAP, MSD, CDC). Hun zwakke plek: ze kunnen slecht tegen uitdroging. Dat speelt verderop een grote rol bij de hygiëne thuis.
Hoe raakt een hond besmet?
Een hond raakt besmet door cysten via de mond binnen te krijgen, bijvoorbeeld door ontlasting van een besmet dier in te slikken of uit een besmette plas te drinken. De CDC noemt deze routes:
- ontlasting van een besmet dier inslikken;
- rollen in besmette grond;
- likken aan vuile oppervlakken, zoals een bench;
- drinken uit besmette plassen, vijvers of beken.
Ook besmet water en eten kunnen cysten bevatten (ESCCAP).
Wie loopt meer risico?
Volgens ESCCAP lopen vooral pups en jonge honden, honden die in groep leven (kennels, asielen, fokkerijen), honden net na een verhuizing of adoptie en gestreste honden meer risico.
Wat zeggen de cijfers uit België en Nederland?
De Universiteit Gent onderzocht 1.159 ontlastingsstalen uit Noord-België, verzameld tussen 2004 en 2007. Giardia zat bij 9,3% van de gezinshonden, bij 43,9% van de honden in fokkennels en bij 18,1% van de honden met maag- of darmklachten. Pups waren vaker besmet dan volwassen honden (Claerebout 2009).
In Nederland vond de Universiteit Utrecht giardia bij 7,9% van de gezinshonden en bij 64,9% van de jachthonden (Uiterwijk 2018). In een vervolgstudie testten honden ouder dan een jaar minder vaak positief en honden die in groep leven juist vaker (Uiterwijk 2019).
Hondenparken en pups
In een Europese studie, uitgevoerd door onderzoekers van een diergeneesmiddelenbedrijf en een labo, werden 2.469 honden getest in 164 hondenparken in 33 steden in 12 West-Europese landen. Giardia werd gevonden bij 17,3% van de honden en in 83,5% van de parken (Drake 2022).
Een recente studie van de Universiteit Gent volgde pups vijf maanden na aankomst in hun nieuwe gezin. Een groot deel bleef langdurig besmet, en pups van professionele fokkers liepen meer risico (Decorte 2025). Heb je net een pup in huis gehaald, dan is dat goed om te weten.
Signalen: waar let je op?
Bij honden geeft giardia vaak geen klachten, maar een hond zonder klachten kan wel cysten uitscheiden (ESCCAP, MSD, CDC). Je hond kan dus gezond lijken en toch andere honden besmetten.
Als er wel klachten zijn, zie je vaak:
- zachte, bleke, sterk ruikende ontlasting met slijm, die er vettig kan uitzien (MSD);
- brijige diarree die terugkomt: een paar dagen dun, dan weer beter, dan opnieuw (ESCCAP);
- minder eetlust, braken, vermageren en sloomheid, vooral bij pups, gestreste honden en honden met verminderde weerstand (ESCCAP).
Bij volwassen honden die in groep leven, hadden besmette honden 2,3 keer zoveel kans op zachtere ontlasting (Decorte 2025).
Waterige diarree, bloed en braken zijn bij giardia juist ongewoon (MSD). Zie je bloed, dan kan er iets anders spelen. Lees daarover meer in onze blog over bloed in de ontlasting van je hond. Dunne ontlasting heeft bovendien veel andere oorzaken, van een snelle overstap tot stress. Die zetten we op een rij in waarom je hond dunne ontlasting heeft.
Hoe stelt de dierenarts giardia vast?
De dierenarts stelt giardia vast met ontlastingsonderzoek, meestal op 3 stalen verzameld over 3 tot 5 dagen, omdat een hond niet elke dag cysten uitscheidt (ESCCAP, MSD). Eén staal kan dus net op een "lege" dag vallen.
Hoe groot dat verschil is, liet de Utrechtse studie zien: één microscopisch ontlastingsonderzoek vond maar 48,2% van de besmette honden, een PCR-test 97% (Uiterwijk 2018).
Naast microscopisch onderzoek bestaan er sneltesten die giardia-eiwitten in de ontlasting opsporen, met een uitslag binnen enkele minuten in de praktijk (MSD). Zulke antigeentesten zijn vaak gevoeliger (ESCCAP). Ook labotesten zijn mogelijk.
Praktisch voor jou:
- vraag je dierenarts hoeveel stalen je moet verzamelen en hoe je ze bewaart;
- neem verse ontlasting mee;
- noteer wanneer de ontlasting zacht was en hoe die eruitzag.
Een positieve test bij een hond zonder klachten betekent niet automatisch dat er behandeld wordt. De dierenarts maakt dan een afweging (ESCCAP).
Behandeling: wat doet de dierenarts?
Giardia behandel je niet zelf: de dierenarts schrijft een middel voor dat werkt tegen giardia, en er bestaan geen vrij verkrijgbare middelen voor (CDC). Geef je hond ook nooit zelf medicijnen, en zeker geen medicijnen voor mensen (Cornell).
Wanneer en waarom wordt er behandeld?
Honden met maag- of darmklachten en een positieve test worden behandeld (ESCCAP). De dierenarts pakt in de eerste plaats de klachten aan. Dat de parasiet daarna helemaal weg is, is niet het doel (ESCCAP, MSD). Soms volgt na de behandeling een controletest.
Waarom kan giardia terugkomen?
Herbesmetting kan meteen na de behandeling al gebeuren. Terugkerende klachten zijn daarom mogelijk en zelfs waarschijnlijk (ESCCAP). In de Gentse studie verminderde een behandeling bij volwassen honden in groepen het aantal cysten maar tijdelijk (Decorte 2025). Dat is geen reden om het op te geven, wel om hygiëne serieus te nemen.
Wat kun je zelf doen tijdens de behandeling?
- Vertel je dierenarts over andere huisdieren in huis, ook als ze gezond lijken. Die moeten misschien ook behandeld worden (CDC).
- Was je hond bij het begin en het einde van de behandeling met een shampoo op advies van je dierenarts. Dat kan herbesmetting via de vacht helpen verminderen (ESCCAP, MSD).
- Komt de diarree terug, ga dan opnieuw naar je dierenarts. Bij aanhoudende diarree zonder andere oorzaak wordt opnieuw getest (ESCCAP).
Herbesmetting voorkomen: hygiëne thuis
Giardia komt vaak terug omdat cysten in de vacht, op de mand of in de tuin achterblijven en je hond zichzelf opnieuw besmet (ESCCAP). Goede hygiëne tijdens en na de behandeling maakt dus echt verschil. Dit overzicht helpt je op weg.
| Waar | Wat je doet | Waarom |
|---|---|---|
| Ontlasting | Meteen opruimen, minstens dagelijks, in een zakje in de vuilnisbak | Verse ontlasting zit vol cysten (MSD, ESCCAP) |
| Vacht | Wassen bij begin en einde van de behandeling, shampoo op advies van de dierenarts | Er kunnen cysten in de vacht zitten (ESCCAP, MSD, CDC) |
| Eet- en drinkbak | Dagelijks schoonmaken met kokend water | Advies van ESCCAP |
| Mand, dekens en speeltjes | Wassen en goed laten drogen | Cysten kunnen slecht tegen uitdroging (ESCCAP, CDC) |
| Vloer en bench | Schoonmaken, naspoelen en volledig laten drogen | Advies van ESCCAP en MSD |
| Tuin | Ontlasting weghalen, staand water weghalen | Gras is niet te ontsmetten (CDC, MSD) |
| Andere huisdieren | Vertel het je dierenarts, ook als ze gezond lijken | Ze kunnen ook besmet zijn (CDC) |
| Jij | Handen wassen met warm water en zeep | Advies van RIVM en CDC |
De tuin
Ontsmettingsmiddelen doden giardia niet in grond of gras (CDC). Beschouw gras daarom minstens een maand als besmet nadat een besmette hond er voor het laatst was (MSD).
Schoonmaken en drogen
Er is geen ontsmettingsmiddel geregistreerd tegen giardia. Volgens ESCCAP zijn er wel aanwijzingen dat schoonmaken met heet water onder hoge druk, boven 65 °C, cysten doodt. Het belangrijkste blijft: oppervlakken grondig schoonmaken en daarna goed laten drogen. De CDC raadt aan spullen zoals de bench liefst buiten schoon te maken.
Buiten de deur en nieuwe huisgenoten
Ga tijdens de besmetting liever niet naar hondenparken, gedeelde wandelpaden, vijvers en beken (CDC). Komt er een nieuwe pup bij in een gezin met andere huisdieren, dan raadt ESCCAP aan die pup te laten testen. Houd dieren met diarree zoveel mogelijk apart van de andere huisdieren (ESCCAP).
Kunnen mensen giardia krijgen van hun hond?
Het risico is klein, maar het bestaat. Giardia bestaat in verschillende types. Honden dragen vooral de hondentypes C en D, mensen bijna altijd type A of B. Overdracht van huisdier naar mens is daarom zeldzaam (ESCCAP, MSD). De CDC schrijft dat je giardia waarschijnlijk niet van je hond of kat krijgt.
Het eerlijke verhaal
Toch is het geen simpel nee. In de Belgische studie hoorde 80% van de positieve stalen bij gezinshonden bij type A, een type dat ook mensen kan besmetten. Bij kennelhonden en zieke honden ging het vooral om C en D (Claerebout 2009). In Nederlands onderzoek droegen honden vooral de types C en D, en type A zat maar bij 2 gezinshonden. De onderzoekers schatten het risico voor mensen daar laag in (Uiterwijk 2020). Het RIVM noemt honden en katten in het gezin als mogelijke besmettingsweg.
Wat kun je doen?
- Was je handen met warm water en zeep na contact met je hond, de ontlasting of de spullen van je hond (RIVM, CDC).
- Draag handschoenen bij tuinwerk (CDC).
- Let extra op bij jonge kinderen en mensen met een verminderde weerstand (ESCCAP).
- Hebben ook gezinsleden klachten of giardia, ga dan naar je huisarts (ESCCAP).
Voeding tijdens en na de behandeling
Voeding behandelt giardia niet, maar licht verteerbaar eten kan de darmen tijdens het herstel ondersteunen. De behandeling blijft de taak van je dierenarts.
Wat zeggen de richtlijnen?
ESCCAP raadt bij giardiasis aan om minder koolhydraten te geven en kiest liever voor goed verteerbare eiwitten. Dat bekijk je per hond met je dierenarts. Schrijft je dierenarts een speciale maaltijd voor, houd je daar dan aan.
Raadt je dierenarts tijdelijk een lichte maaltijd aan, dan is die niet bedoeld voor lange tijd, omdat zo'n maaltijd niet volwaardig is. Ga terug naar de gewone maaltijd zodra de ontlasting steviger is, spreid een overstap over een tot twee weken en geef geen extra snacks of vet eten tot de diarree over is (Cornell).
Wil je later overstappen op ander eten, wacht dan tot de ontlasting weer normaal is en stap rustig over. Meer over een rustige overstap lees je op onze pagina over gevoelige darmen bij honden. Zorg ook altijd voor vers water en maak de bakjes dagelijks schoon (ESCCAP).
En probiotica?
In een gerandomiseerde studie bij 20 volwassen honden met giardia zonder klachten veranderde een probioticum (Enterococcus faecium) na 6 weken niets aan het uitscheiden van cysten (Simpson 2009). In een kleine studie bij asielhonden met diarree, die allemaal medicatie en hetzelfde eten kregen, hadden honden met een probioticum meer dagen normale ontlasting: 65,6% tegenover 46,9%. Maar in die groep zaten maar 2 honden met giardia (Fenimore 2017). Het MSD Veterinary Manual schrijft dat er weinig betrouwbaar bewijs is dat probiotica helpen bij giardia. Probiotica zijn dus geen behandeling tegen giardia. Overleg met je dierenarts wat voor jouw hond zinvol is.
Afwachten of bellen?
Bij twijfel over de ontlasting van je hond helpt deze indeling je kiezen tussen rustig afwachten, je dierenarts bellen of meteen bellen. Meer over diarree in het algemeen lees je in onze blog over diarree bij honden.
- Afwachten
- heeft een volwassen hond een keer wat zachtere ontlasting maar eet, drinkt en speelt je hond normaal, zonder bloed of braken, kijk het dan een dag of twee aan, ruim de ontlasting meteen op en was je handen (Cornell, Texas A&M).
- Bel je dierenarts
- bij diarree die langer duurt dan een dag of twee, brijige of slijmerige ontlasting die steeds terugkomt, gewichtsverlies, dunne ontlasting bij een nieuwe pup of hond uit een asiel of kennel, klachten die terugkomen na een behandeling of als een ander huisdier of gezinslid giardia heeft (Cornell, ESCCAP).
Bronnen
- ESCCAP Guideline 06, Third Edition (March 2025): Control of Intestinal Protozoa in Dogs and Cats
- MSD Veterinary Manual: Giardiasis in Animals (Robertson, 2026)
- CDC: About Giardia and Pets
- RIVM, LCI-richtlijn Giardiasis
- Claerebout e.a. (2009). Giardia and other intestinal parasites in different dog populations in Northern Belgium. Veterinary Parasitology 161(1-2):41-6
- Uiterwijk e.a. (2018). Comparing four diagnostic tests for Giardia duodenalis in dogs using latent class analysis. Parasites & Vectors 11:439
- Uiterwijk e.a. (2019). Host factors associated with Giardia duodenalis infection in dogs across multiple diagnostic tests. Parasites & Vectors 12:556
- Uiterwijk e.a. (2020). Giardia duodenalis multi-locus genotypes in dogs with different levels of synanthropism and clinical signs. Parasites & Vectors 13:605
- Drake e.a. (2022). Detection of Giardia and helminths in Western Europe at local K9 (canine) sites (DOGWALKS Study). Parasites & Vectors 15:311
- Decorte e.a. (2025). Chronic Giardia infections in dogs: Longitudinal analysis of cyst excretion and fecal consistency in young and adult dogs. Veterinary Parasitology 341:110650
- Simpson e.a. (2009). Influence of Enterococcus faecium SF68 probiotic on giardiasis in dogs. J Vet Intern Med 23(3):476-81
- Fenimore e.a. (2017). Evaluation of Metronidazole With and Without Enterococcus Faecium SF68 in Shelter Dogs With Diarrhea. Top Companion Anim Med 32(3):100-103
- Cornell Riney Canine Health Center: Diarrhea
- Texas A&M School of Veterinary Medicine, Pet Talk: When to see a veterinarian for a dog's stomach ache