🐶 Krijg een gratis proefpakket op maat van je hond

Je proefpakket is geleverd

Het recept van je hond staat klaar. Bestel het in een paar klikken opnieuw: eenmalig of als abonnement, wat jou het beste uitkomt.

Bestel opnieuw
Gewrichten & Mobiliteit

Heupdysplasie bij je hond: herkennen en wat je kunt doen

Heupdysplasie bij een hond is een erfelijke ontwikkelingsstoornis van de heup, maar groei, gewicht en beweging tellen mee; je dierenarts stelt de diagnose.

In het kort

Heupdysplasie (HD) bij een hond is een ontwikkelingsstoornis van het heupgewricht waarbij de kop van het dijbeen niet goed in de heupkom past, waardoor het gewricht te los zit en later vaak artrose ontstaat. De aanleg krijgt je hond mee van de ouders, maar je hebt zelf ook invloed op hoe het verloopt.

Erfelijk en omgeving
de aanleg is erfelijk, maar snelle groei, voeding, gewicht en beweging bepalen mee hoe erg het wordt (Merck).
HD-score A tot E
een officiële röntgenfoto vanaf 12 maanden, bij sommige grote rassen vanaf 18 maanden, geeft een score van HD A (vrij) tot HD E (ernstig) (Raad van Beheer, KMSH).
Gewicht telt
labradors die hun hele leven 25% minder te eten kregen, hadden pas mediaan op 12 jaar artrose in de heup, tegenover 6 jaar bij de labradors die volop aten (Smith 2006).

Je pup springt met beide achterpoten tegelijk door de tuin, of je oudere hond komt 's ochtends wat stroef overeind. Soms is dat niets, soms is het een eerste teken van heupdysplasie. In deze gids lees je wat heupdysplasie bij een hond precies is, welke rassen er vaker mee te maken krijgen, welke signalen je kunt zien en hoe de officiële HD-score A tot E werkt in Nederland en België. Je leest ook wat je dierenarts kan doen en wat je zelf thuis kunt doen. Goed om vooraf te weten: veel honden met HD hebben een fijn en actief leven.

Wat is heupdysplasie bij een hond?

Bij heupdysplasie groeien de kop van het dijbeen en de heupkom niet goed op elkaar aan, waardoor het heupgewricht te los zit en sneller slijt (Merck). Die losheid leidt tot slijtage en uiteindelijk tot artrose.

Een gezonde heup is een kogelgewricht: de ronde dijbeenkop ligt stevig en diep in de komvormige holte van het bekken. Bij HD is die kom vaak te ondiep of past de kop er niet goed in. Het gewricht zit dan te los. Volgens de Raad van Beheer kan HD erfelijk zijn, spelen omgevingsfactoren ook een rol en zie je aan de buitenkant niet of een hond HD heeft.

Het Merck Veterinary Manual noemt snelle en overmatige groei, beweging, voeding en erfelijke factoren als de factoren die meespelen bij het ontstaan van HD. Hoe groot het aandeel van de genen is, onderzochten Zweedse onderzoekers in een fokkolonie van Duitse herders met 401 nesten: de erfelijkheidsgraad lag daar rond 0,4 tot 0,5 (Hedhammar 2020). In gewone woorden: de genen bepalen een groot deel, maar zeker niet alles. Er blijft ruimte waarin groei, gewicht en beweging het verschil maken.

HD begint vroeg. Bij pups van 5 maanden kunnen het kraakbeen en het gewrichtskapsel al beschadigd zijn (Schachner 2015). Daarom loont het om al in de groeifase bewust met je pup om te gaan.

Welke rassen hebben vaker heupdysplasie?

Heupdysplasie komt vooral voor bij grote rassen, maar het kan bij elk ras voorkomen, ook bij kleine honden en kruisingen (Merck, Schachner 2015). Hoe vaak het voorkomt, verschilt sterk per ras.

Volgens cijfers van de Amerikaanse Orthopedic Foundation for Animals ligt het aandeel honden met HD tussen 1% en 80%, afhankelijk van het ras (Schachner 2015). Ook grote kruisingen lopen risico (VCA).

Een Noorse studie volgde 501 honden van vier grote rassen tot aan hun officiële screening (Krontveit 2012). Van al die honden had 24,6% HD. Per ras zag dat er zo uit, zoals samengevat in Feng 2025:

  • Newfoundlander: 36% had HD.
  • Leonberger: 25% had HD.
  • Labrador: 20,3% had HD.
  • Ierse wolfshond: 9,5% had HD.

In België raadt de KMSH HD-onderzoek aan voor onder meer de labrador retriever, golden retriever, Duitse herder, Berner sennenhond, rottweiler, newfoundlander, leonberger, border collie, boxer en dobermann.

Het goede nieuws komt uit Zweden. Na 60 jaar screening en bewuste fokselectie is het aandeel matige en ernstige HD (score D en E) in de meest gevoelige rassen gedaald tot een derde van wat het was. Bij de meeste rassen ligt het nu onder 10%: Duitse herder 7%, labrador 4%, golden retriever 5%, Berner sennenhond 6% en rottweiler 6% (Hedhammar 2020).

De les is helder: screening van de ouderdieren maakt echt verschil. Ben je op zoek naar een pup, vraag dan altijd naar de officiële HD-uitslag van beide ouders.

Signalen bij je pup en je volwassen hond

Heupdysplasie toont zich meestal op twee manieren: bij jonge honden onder 1 jaar als kreupelheid die erger wordt na activiteit, en bij oudere honden als een afwijkende gang met minder spieren aan de achterpoten (Schachner 2015). Het moment waarop je iets merkt, verschilt sterk per hond.

Signalen kunnen al opduiken bij pups van een paar maanden oud en zijn het vaakst te zien bij honden van 1 tot 2 jaar. Toch krijgen veel honden pas klachten als ze ouder zijn (VCA). Let vooral op deze signalen:

  • Kreupel na beweging: je hond loopt mank, licht of duidelijk, en dat wordt erger na inspanning (Merck).
  • Konijnensprongen: je hond zet bij het lopen of rennen met beide achterpoten tegelijk af, in het Engels 'bunny hopping' (Merck).
  • Moeite met opstaan of de trap: je hond komt moeizaam overeind, heeft zwakte of pijn in de achterpoten of aarzelt bij de trap (VCA).
  • Stijf na rust: zodra er artrose is, zie je de kreupelheid ook kort nadat je hond heeft gelegen (Merck).
  • Minder spieren achteraan: je ziet minder spiermassa aan de achterpoten (Schachner 2015).

Een belangrijke nuance: wat je op de röntgenfoto ziet en wat je hond voelt, komt vaak niet overeen (Merck, VCA). Een hond die vrolijk rondloopt, kan toch HD hebben (Raad van Beheer). En niet elke kreupelheid achteraan komt van de heup. Een knieschijf die uit de kom schiet, een gescheurde kruisband of een rugprobleem kunnen vergelijkbare klachten geven (Schachner 2015). Daarom is een onderzoek door je dierenarts altijd de eerste stap.

Afwachten of bellen?

Afwachten
je hond is na een lange wandeling of een drukke speeldag eens wat stijf, maar loopt de volgende dag weer gewoon; let op of het terugkomt en vertel het bij de volgende controle.
Bel je dierenarts
je pup of hond loopt kreupel na het spelen, zet af met beide achterpoten tegelijk, staat moeizaam op, wil de trap of de auto niet meer in, of je ziet minder spieren aan de achterpoten; maak een filmpje van hoe je hond loopt.
Bel direct
je hond kan plots niet meer op een achterpoot steunen, gilt van de pijn, kan niet meer opstaan, of heeft een pijnstiller voor mensen binnengekregen.

Hoe stelt de dierenarts heupdysplasie vast?

De dierenarts stelt heupdysplasie vast met een lichamelijk onderzoek en röntgenfoto's van de heupen, die onder sedatie of narcose gemaakt worden (Merck, VCA). Samen geven ze een goed beeld van de heup en van de klachten.

Bij het lichamelijk onderzoek kijkt de dierenarts eerst hoe je hond loopt. Daarna beweegt de dierenarts de heupen voorzichtig en voelt of het gewricht los zit, of de beweeglijkheid beperkt is, of er geknars te voelen is en of je hond pijn heeft bij volledig strekken en buigen (Merck). Een filmpje van thuis helpt, want in de spreekkamer lopen honden soms anders.

De röntgenfoto is volgens VCA de voorkeursmethode. Door de sedatie of narcose ontspannen de spieren, zodat de stand van de heup goed te beoordelen is. De foto toont niet alleen de vorm van het gewricht, maar ook hoeveel artrose er al is. Dat helpt de dierenarts om de behandeling te plannen (Merck).

Soms hoor je over PennHIP. Die methode meet al op jonge leeftijd hoe los de heupen zitten. Er bestaan geen FCI-normen voor en de Raad van Beheer registreert PennHIP-uitslagen niet (Raad van Beheer).

HD-screening en de scores A tot E

Bij de officiële HD-screening beoordelen deskundigen een röntgenfoto van de heupen volgens de regels van de FCI en geven ze een score van HD A tot HD E. Die score is vooral belangrijk voor fokkers en voor wie een pup zoekt.

In Nederland mag elke dierenarts met een overeenkomst met de Raad van Beheer de officiële foto's maken. Een panel van drie deskundigen beoordeelt ze en kijkt naar de vorm en diepte van de heupkommen, hoe de heupkoppen erin aansluiten en of er botwoekeringen zijn. Je hond moet minimaal 12 maanden oud zijn. Voor een aantal grote rassen die later volgroeid zijn, zoals de Duitse dog, leonberger, newfoundlander en Sint-Bernard, geldt een minimumleeftijd van 18 maanden. Je hond moet ingeschreven zijn in het NHSB (Raad van Beheer).

In België volgt de KMSH de richtlijnen van de FCI. Ook hier is de minimumleeftijd 12 maanden, en voor sommige rassen 18 maanden, zoals de Berner sennenhond, leonberger en newfoundlander. Je hond moet gesedeerd zijn, zodat de spieren voldoende ontspannen. Een beoordelingscommissie bekijkt de digitale foto's en kent de klasse toe. Ben je het niet eens met de uitslag, dan geeft de Universiteit Gent eerst uitleg (KMSH).

De scores, zoals de Raad van Beheer ze omschrijft:

ScoreUitslag (Raad van Beheer)Wat het betekent
HD Anegatiefop de röntgenfoto vrij van HD
HD Bovergangsvormkleine veranderingen zichtbaar
HD Clicht positiefkleine veranderingen die passen bij HD
HD Dpositiefduidelijke veranderingen die passen bij HD
HD Epositief in optima formade heupgewrichten zijn ernstig misvormd

In de Zweedse indeling staan A en B voor geen tekenen of bijna normaal, C voor licht, D voor matig en E voor ernstig, en de slechtste heup bepaalt de eindscore (Hedhammar 2020).

Een score blijft een momentopname van de vorm. Een HD A betekent niet dat je hond nooit last krijgt, en duidelijke misvormingen betekenen niet dat je hond zeker last krijgt (Raad van Beheer).

Voor het fokken is het wenselijk alleen met honden met HD A of HD B te fokken. Sinds 1 januari 2026 geeft de Raad van Beheer geen stambomen meer aan pups als een van de ouderdieren HD D of HD E heeft (Raad van Beheer). Koop je een pup van een ras waarbij HD vaak voorkomt, vraag dan de officiële HD-uitslag van beide ouders en bekijk die samen met de fokker.

Behandeling: dat bespreek je met je dierenarts

De meeste honden met heupdysplasie hebben geen operatie nodig; de dierenarts kiest meestal eerst voor gewichtsverlies, aangepaste beweging, fysiotherapie en pijnstilling (Merck). Welke combinatie past, hangt af van je hond, de leeftijd en de klachten.

  • Gewicht: is je hond te zwaar, dan raadt de dierenarts afvallen aan (Merck, VCA).
  • Beweging aanpassen: minder bewegen op harde ondergrond (Merck), wel dagelijks rustig bewegen en geen hoge sprongen (VCA).
  • Fysiotherapie: gecontroleerde oefeningen, bijvoorbeeld hydrotherapie in water (Merck); volgens VCA verbetert fysiotherapie de kwaliteit van leven.
  • Pijnstilling: de dierenarts kan ontstekingsremmende pijnstillers voorschrijven die geschikt zijn voor honden (Merck); geef je hond nooit zelf pijnstillers uit je eigen medicijnkast.
  • Operatie: bij ernstige HD of als de andere aanpak niet volstaat, kan een operatie helpen; bij groeiende pups bestaan ingrepen die vroeg moeten gebeuren, voor er slijtage is, en later kan de dierenarts kiezen voor een kunstheup of het wegnemen van de dijbeenkop (Merck).

Het verloop verschilt sterk van hond tot hond (Merck). HD is blijvend: de vorm van het gewricht gaat niet over. Toch blijven veel honden met deze aanpak comfortabel bewegen en genieten ze van hun wandelingen. Plan regelmatige controles, zodat je dierenarts de aanpak kan bijstellen als dat nodig is.

Wat kun je zelf doen?

Je kunt de erfelijke aanleg van je hond niet veranderen, maar met gewicht, groei, ondergrond en beweging heb je wel invloed op het risico en de ernst van heupdysplasie. Dit zijn de stappen met de meeste onderbouwing:

  • Slank houden: in een studie met 48 labradors uit 7 nesten kreeg de helft vanaf 8 weken levenslang 25% minder van dezelfde maaltijd; artrose in de heup verscheen bij hen mediaan op 12 jaar, tegenover 6 jaar bij de nestgenoten die volop aten (Smith 2006). Al na 5 jaar had de groep die minder at minder vaak en mildere artrose in de heupen (Kealy 1997). Levenslang een gezond gewicht is een van de meest beloftevolle maatregelen (Schachner 2015). Twijfel je of je hond op gewicht is? Lees dan meer over een gezond gewicht voor je hond.
  • Groeiende pup niet overvoeren: snelle en overmatige groei speelt mee bij het ontstaan van HD (Merck). Geef een afgemeten portie in plaats van onbeperkt eten (Kealy 1997, VCA); met de voercalculator bereken je een passende dagportie voor je pup.
  • Geen trappen voor jonge pups: pups die van geboorte tot 3 maanden trappen liepen, hadden meer kans op HD (Krontveit 2012). Draag je pup in die periode liever de trap op en af.
  • Buiten spelen op zachte grond: loslopen buiten van geboorte tot 3 maanden, op zachte grond in licht ruw terrein, ging samen met minder HD (Krontveit 2012).
  • Geen gladde vloeren: in een Nederlandse studie bij 1.733 boxers hadden honden op een gladde vloer 1,6 keer zoveel kans op klachten door HD (van Hagen 2005). Bij geleidehonden daalde het aandeel HD van 1,94% naar 0,35% nadat het werpnest bekleed werd met antislip-fleece in plaats van krantenpapier (Feng 2025). Het gaat om verbanden, niet om bewijs van oorzaak, maar een mat of tapijt op gladde tegels of laminaat is een eenvoudige stap.
  • Beweging op maat: kies voor rustige, regelmatige beweging zonder wilde sprongen of abrupte wendingen, en beperk lopen op harde ondergrond (Merck, VCA). Vraag je dierenarts wat bij je hond past.

Eerlijk is eerlijk: deze maatregelen kunnen het risico of de ernst beïnvloeden, maar ze bieden geen garantie. HD voorkomen lukt maar matig (Schachner 2015). Wat je wel doet, is je hond de best mogelijke start en een zo comfortabel mogelijk leven geven.

Heupdysplasie en artrose

Heupdysplasie leidt vaak tot artrose in de heup: het losse gewricht slijt (Merck). Die slijtage bouwt zich meestal geleidelijk op.

In de studie met labradors steeg het aandeel honden met artrose in de heup van 15% op 2 jaar tot 67% op 14 jaar, verspreid over het hele leven (Smith 2006). Hoe kreupel een hond loopt, hangt af van de artrose en klopt niet altijd met wat je op de foto ziet (VCA).

Ook artrose is blijvend. Het goede nieuws is dat alles wat je doet voor HD, zoals een gezond gewicht, beweging op maat en regelmatig overleg met je dierenarts, ook bijdraagt aan het comfort van een hond met artrose. Wil je daar meer over weten, lees dan wat artrose bij je hond inhoudt.

Een supplement: wat het wel en niet doet

Een supplement verandert niets aan de erfelijke aanleg of de vorm van het heupgewricht en vervangt de aanpak van je dierenarts niet. Heupdysplasie zit in de bouw van het gewricht, en daar heeft een voedingssupplement geen invloed op.

Wil je de gewrichten van je hond ondersteunen naast een gezond gewicht en beweging op maat, dan hebben we de Heup & Gewrichten-snacks. Ze bevatten onder meer glucosamine, gehydrolyseerd collageen, MSM, visolie, curcuma, groenlipmossel (1%), collageen type 2 en hyaluronzuur. Overleg altijd eerst met je dierenarts, zeker als je hond al medicatie krijgt. Wat de verschillende soorten collageen in deze snacks zijn, lees je in onze gids over collageen voor honden.

Twijfel je wanneer een supplement zinvol kan zijn en wanneer je hond echt de dierenarts nodig heeft? Lees dan ons artikel over supplement versus dierenartsbehandeling.

Bronnen

  1. Merck Veterinary Manual (Pet Owner Version): Hip Dysplasia
  2. Merck Veterinary Manual: Hip Dysplasia in Dogs (Lafuente, 2025)
  3. Raad van Beheer op Kynologisch Gebied: Heupdysplasie (HD-onderzoek)
  4. KMSH: Procedure en aanvraagformulier Dysplasie
  5. Hedhammar (2020). Swedish Experiences From 60 Years of Screening and Breeding Programs for Hip Dysplasia. Frontiers in Veterinary Science 7:228
  6. Schachner & Lopez (2015). Diagnosis, prevention, and management of canine hip dysplasia: a review. Veterinary Medicine: Research and Reports 6:181-192
  7. Krontveit e.a. (2012). Housing- and exercise-related risk factors associated with the development of hip dysplasia. American Journal of Veterinary Research 73(6):838-46
  8. van Hagen e.a. (2005). Incidence, risk factors, and heritability estimates of hind limb lameness caused by hip dysplasia in a birth cohort of boxers. American Journal of Veterinary Research 66(2):307-12
  9. Feng e.a. (2025). Fleece-Lined Whelping Pools Associated with Reduced Incidence of Canine Hip Dysplasia in a Guide Dog Program. Animals 15(2):152
  10. Smith e.a. (2006). Lifelong diet restriction and radiographic evidence of osteoarthritis of the hip joint in dogs. JAVMA 229(5):690-3
  11. Kealy e.a. (1997). Five-year longitudinal study on limited food consumption and development of osteoarthritis in coxofemoral joints of dogs. JAVMA 210(2):222-5
  12. VCA Animal Hospitals: Hip Dysplasia in Dogs

Veelgestelde vragen

Gaat heupdysplasie bij een hond weer over?

Nee, de vorm van het heupgewricht blijft zoals die is. De meeste honden met heupdysplasie hebben geen operatie nodig. Met gewichtscontrole, aangepaste beweging, fysiotherapie en pijnstilling die de dierenarts voorschrijft, blijven veel honden comfortabel bewegen. De aandoening is blijvend, maar dat betekent niet dat je hond geen goed leven kan hebben.

Vanaf welke leeftijd kun je je hond laten screenen op HD?

De officiële HD-screening kan vanaf 12 maanden. Voor sommige grote rassen die later volgroeid zijn, zoals de leonberger en de newfoundlander, wacht je tot 18 maanden. Zowel de Raad van Beheer in Nederland als de KMSH in België volgen deze leeftijdsgrenzen bij het beoordelen van de officiële röntgenfoto's.

Kan een hond met HD A toch heupproblemen krijgen?

Ja, dat kan. Een HD A-score betekent dat de heupen op de röntgenfoto vrij zijn van zichtbare afwijkingen, maar dat is geen garantie dat je hond nooit klachten krijgt. Omgekeerd betekenen duidelijke misvormingen op de foto niet automatisch dat een hond er last van zal hebben, aldus de Raad van Beheer.

Kun je heupdysplasie bij je pup voorkomen?

De erfelijke aanleg kun je niet wegnemen. Kies bij voorkeur een pup van ouders met HD A of B, houd je pup slank met afgemeten porties, vermijd trappen in de eerste drie maanden en zorg voor stroeve vloeren in plaats van gladde oppervlakken. Dat kan het risico of de ernst beperken, maar biedt geen garantie.

Verandert een supplement iets aan heupdysplasie?

Nee. De erfelijke aanleg en de vorm van het heupgewricht veranderen niet door een voedingssupplement. Behandeling van heupdysplasie is altijd een zaak van de dierenarts, die kijkt naar gewicht, beweging, fysiotherapie en eventueel pijnstilling of een operatie. Bespreek met je dierenarts wat voor jouw hond zinvol is, zeker als je hond al medicatie krijgt.

Hond in het gras naast een zak Pure Bob

benieuwd?

Ontdek welke maaltijd bij jouw hond past

2 minuten vragen, daarna een gratis proefpakket op maat.

Start de quiz